| 0

Afgelopen vrijdagavond (19 april) was een avond die bij mij veel emoties opriep. Ik voelde boosheid en onbegrip en dat raakte aan vroeger…

Het was de Landelijke Dag tegen Pesten. Die avond werd het programma Gepest van 9 tot 5 van Bert van Leeuwen uitgezonden. Ik had er al wat over gehoord en was er benieuwd naar. Het ging over pesten op het werk. 1 op de 8 mensen wordt dagelijks op de werkvloer gepest en dat kost onze samenleving jaarlijks 900 miljoen (!) euro vanwege ziekteverzuim. Er kwamen verschillende mensen aan het woord die nu of in het verleden worden/waren gepest op het werk. Jaloezie speelt vaak een rol, zo bleek. En wat keer op keer terugkwam, is hoe weinig er door leidinggevenden aan gedaan wordt. Een vrouw werd gepest door haar collega. Toen er eindelijk een gesprek plaatsvond tussen de collega en haar, in aanwezigheid van de leidinggevende, liep de collega tijdens het gesprek weg. De leidinggevende zei tegen de vrouw: “Je hebt haar gekwetst” en ging de collega achterna. Later zei ze tegen de vrouw dat de collega niet terug wilde naar het gesprek. En dat was het dan. Dat is toch de omgekeerde wereld! Ik zat me op de bank te verbijten. “En daarmee is het dan afgedaan?!” zei ik boos tegen het scherm. Dat kan toch niet?

Bert probeerde bij de instellingen binnen te komen en het gesprek aan te gaan, maar dat lukte maar deels. De welwillendheid van de betrokkenen was ver te zoeken. Alleen zonder camera kon nog iets worden bereikt. Hoewel ik snap dat niet iedereen erop zit te wachten om zijn verhaal voor televisie te doen, vond ik het ronduit laf van de leidinggevenden en de pesters. Wel pesten en iemand het leven zuur maken, maar als het puntje bij paaltje komt niet thuis geven. Lekker makkelijk!

Ik proefde tijdens deze uitzending de wanhoop van de mensen die werden gepest. Bij wie kan ik terecht? Kan het worden opgelost? Zal ik mijn baan nog wel houden? vroegen ze zich af. En het verdriet. Dat raakte mij en deed mij terugdenken aan vroeger. Steeds kwam ook het gevoel van niet veilig zijn terug. En dat voelt beklemmend. En het gevoel er alleen voor te staan. Niemand die ingreep. Je weet dan niet meer waar je het zoeken moet en ik kreeg ook het gevoel dat deze mensen, net als ik toen, tegen muren oplopen. Geen uitweg.

Ik moest terugdenken aan de momenten dat ik zelf gepest werd op het werk. Na het behalen van mijn VWO diploma ging ik niet meteen studeren, omdat ik overspannen was. Ik zat een driekwart jaar thuis en kreeg toen werk bij de gemeente op de afdeling burgerzaken. Al gauw werden er allerlei opmerkingen en “grapjes” over mij gemaakt, voornamelijk door de chef. Waarschijnlijk wilde hij zelf de populaire jongen uithangen. Voor mij was het niet fijn. Het pesten gebeurde niet zo openlijk zoals kinderen doen. Maar juist die steken onder water, maakten mij nog onzekerder dan ik al was. Ik was blij als de werkdag weer om was en telde de dagen. Ik voelde me er niet op mijn gemak en kon er met niemand over praten. In dat jaar volgde ik ook een sollicitatietraining die werd georganiseerd door het Arbeidsbureau. De training was op zich interessant. In de tijd daarna was het de bedoeling dat je zelfstandig op zoek ging naar een baan en dat je iedere week in de groep verslag kwam doen van je vorderingen. Eén keer werd ik door de begeleider genadeloos voor de hele groep onderuit gehaald. Zo erg dat ik besloot om voortaan niet meer naar dit “rondje” toe te gaan. Ik wilde niet nog een keer en public vernederd worden. Maar al vrij snel daarna moest ik op het matje komen en was het óf komen óf ik zou mijn baan bij de gemeente kwijt zijn. Ik zat inmiddels al voor de tweede keer tegen overspannenheid aan en voelde me met de rug tegen de muur staan. Het enige wat ik toen nog kon doen is me ziek melden.

De Landelijke Dag tegen Pesten viel dit jaar op Goede Vrijdag, de dag dat we de kruisiging en de dood van Jezus herdenken. Is dit toeval? Ik was eerder deze avond naar de kerk geweest en daar trof me weer het onrecht. Jezus, onschuldig, Hij wilde en deed alleen het goede. Maar Hij móest dood. Hij werd bespot en geminacht in zijn laatste uren. En toen stierf Hij. De tranen stonden in mijn ogen toen de paaskaars werd gedoofd. Waarom? Waar is het goed voor? Waarom zijn er mensen die elkaar dit aandoen? Het maakte me boos. Maar ook strijdbaar.

Twee keer die avond werd ik bevestigd in mijn gevoel dat ik iets moet doen. Dat ik op moet staan tegen pesten. Pesten is onrecht. Pesten maakt mensen kapot. Waarom?